In het praktijkonderwijs leren kinderen door te doen.

De leerlingen leren in de
eerste klas zelfredzaamheid op het woningplein.
De
2e klas: de leerlingen doen interne stage en maken kennis met de 4 werkpleinen.
De 4 pleinen zijn: keuken/bediening, technisch onderhoud, winkel/magazijn en verzorging/facilitair.
Aan het eind van de 2e mag er 1 plein naar keuze afvallen.
In
klas 3: de leerlingen gaan bij bedrijven op snuffelstage. Dat gebeurt in de 3 richtingen van de 3 overgebleven pleinen.
Aan het eind van de 3e maakt de leerling de keuze voor de 2 pleinen die in de 4e overblijven.
De
4e klas: nog maar 2 pleinen. In deze richtingen worden 2 orienterende stages gelopen.
Aan het eind van de 4e weet de leerling in welke richting hij wil uitstromen en dat is de definitieve uitstroomkeuze.
In de
5e klas: nog maar op 1 plein gewerkt en een eindstage in die richting.
De 5e wordt afgesloten met een diploma en, liefst, met een baan. Hopelijk gekoppeld aan een opleiding (BBL).